Friday, December 10, 2010

Wanneer twis eeue lank duur. Oor teologie en spiritualiteit



Vierhonderd jaar gelede vind die Sinode van Dordrecht in Nederland plaas waar die bekende Dordtse Leerreëls aanvaar is – om later een van die belangrike belydenisskrifte van die meeste gereformeerde kerke wêreldwyd te word (saam met die NGB en HK). Dit het vir eeue sy merk op die kerklike en burgerlike lewe, in en buite Nederland, gelaat.

Dit was ‘n harde, bakleierige Sinode. Aan die einde van die Sinode is die Remonstrante uit die kerk gesit, wat eeue se onmin veroorsaak het. Dit was asof ‘n burgeroorlog losgebars het.

Die onderstaande berig laat my besef hoe lank, baie lank, die geskiedenis sy merk laat – iets wat ek ook terdeë besef het met my leeswerk oor die Boere-oorlog. Dinge wat mense vandag doen kan oor dekades en eeue heen diepe gevoelens van onreg laat kontinueer.

En dan, op ‘n dag, soms eeue later, kom daar op ‘n stadium uiteindelik die transformasie: die ellelange bakleiery, die heftige dispute, die wedersydse verdagmaking en die uiteindelik verskriklike verwerping en uitbanning van die ander, kom tot ‘n einde – soos blyk uit die berig hieronder. En op watter ironiese manier is dit nie! Die wonde sit daar, miskien minder vol etter, maar die dieper besef dring deur dat mense bymekaar moet wees. Wat mense deel is belangriker as die dinge wat hulle verdeel. En wanneer hierdie besef deurdring, lyk al die getwis en nydigheid so futiel, selfs onnodig.

En kyk wat gebeur nou, vier eue later: die vroeëre aartsvyande, die hoë bakleiers oor die teologie en al die teologiese “waarhede” kom nou, vandag, bymekaar om te praat – oor hul geloofservaring! Nou wil hulle met mekaar die werking van God in hul lewe deel. Ervaarde geloof – spirtualiteit is in fokus.

En dan is daar mense wat nog nie begryp hoe belangrik spiritualiteit vir ons tyd geword het nie! Hier is ‘n belangrike teken van die feit dat teologie uiteindelik begin inpas waar dit hoort: om die Godservaring, die verhouding met God, met ontsag vir God en met ootmoed teenoor die ander, die sagte kontoere te gee waarom ons geloof vra.

Vier eeue van vernietigende, afbrekende gekibbel en gekyf. Kosbare tyd. Baie wonde. Soms is die kerk sy eie grootste vyand.

Nietemin: hier is die artikel uit Trouw:


Oude tijden herleven in Dordrecht

Vier eeuwen na de Nationale Synode in Dordrecht komen de protestanten vandaag en morgen weer in dezelfde Grote Kerk bijeen. Niet iedereen komt. De remonstranten niet omdat ze geen kritische noot mogen kraken over hun veroordeling destijds, de hersteld hervormden niet omdat ze de bijeenkomst te licht vinden.

Op vakantie in de Belgische Ardennen, een paar jaar geleden, kreeg Gerrit de Fijter opeens een lumineus idee. De dominee uit Kampen zag dat de Nederlanders van zeer uiteenlopende kerkelijke signatuur op zijn camping zonder gemor samen een viering bijwoonden – sterker nog, ze praatten zelfs levendig met elkaar over God.

De Fijter, gepensioneerd predikant in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), zag een eendracht die normaal gesproken onder Nederlandse protestanten met een lampje te zoeken is. Geïnspireerd schreef hij er meteen een vlammend betoog over. „Alsof het zo hoort. En het hoort ook zo”, zette hij op papier.

Die vakantie vormde voor De Fijter de aanzet voor een megaklus: het organiseren van een landelijke bijeenkomst waar álle versplinterde protestantse kerken, van supervrijzinnig tot ultraorthodox, zich één zouden moeten voelen.

Vandaag en morgen ziet de gepensioneerde predikant eindelijk wat het resultaat is van al zijn inspanningen. Dan wordt in de Grote Kerk van Dordrecht de ’Nationale Synode’ gehouden, zoals De Fijter het project van meet af aan noemde.

De entourage van deze twee dagen is oerprotestants: in de historische kerk horen de bezoekers toespraken, preken en lezingen uit de Bijbel. Tussen de bedrijven door is er koor- en samenzang. Maar bovenal, zegt De Fijter, spreken de samengestroomde protestanten met elkaar over God. Dat ’spreken over God’ moeten we zo letterlijk mogelijk nemen, stelt De Fijter. „We zetten aanwezigen in kleine groepjes bij elkaar. Dan vertellen ze aan elkaar wat ze geloven. Op die manier krijgen gelovigen beter begrip voor elkaar.”

Gehakketak over de juiste leer, een activiteit die in de protestantse wereld eerder regel is dan uitzondering, hoopt hij koste wat kost te voorkomen. „We willen daarover geen discussie. We hopen dat protestanten van links tot rechts nu eens welwillend naar elkaar luisteren.”

Kort nadat De Fijter zijn idee kreeg, schaarde het bestuur van de PKN zich achter het plan evenals vertegenwoordigers van onder meer de lutheranen, pinkster- en evangeliegemeenten, christelijke gereformeerde kerken en gereformeerde kerken vrijgemaakt.

Dat de oproep komt van De Fijter, ex-synodevoorzitter van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), is geen toeval. De Fijter heeft van nabij ervaren hoe de vorming van de Protestantse Kerk meer eenheid bracht onder de gelovigen. Zo stemde hij in 2004 als een van de weinige predikanten uit de Gereformeerde Bond, een behoudende stroming in de toenmalige hervormde kerk, vóór de kerkfusie tussen gereformeerden, lutheranen en hervormden.

Alle protestantse kerken kregen een uitnodiging. De meeste reageerden positief, maar een aantal kerken wilden niet mee doen, soms na lang aarzelen, anderen trapten meteen stevig op de rem.

Of De Fijter in zijn opzet slaagt om alle soorten en maten protestanten om de tafel te krijgen, is daarom ook nog maar zeer de vraag.

Vooral de (uiterste) linker- en rechterflanken van de protestantse kerken zijn zeer kritisch over de kerkvergadering. Kerken in zowel vrijzinnige (zoals de Remonstrantse Broederschap, de Doopsgezinde Sociëteit en de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB) als behoudende hoek (zoals de Gereformeerde Gemeenten en de Hersteld Hervormde Kerk) zeiden ’nee’ en sturen vandaag en morgen geen officiële delegatie naar de Dordtse synode.

Hun veto heeft veel te maken met de naam ’Nationale Synode’ en de plaats, de Grote Kerk in Dordrecht. De vorige editie van de kerkvergadering vond vierhonderd jaar geleden, in 1618 en 1619, namelijk plaats onder precies dezelfde naam en in exact hetzelfde kerkgebouw – die gebeurtenis is voor de meeste protestanten met veel symboliek en soms oud zeer omgeven.

Toentertijd werd op de kerkvergadering niets minder dan ’de Waarheid’ vastgesteld. De ’precieze’ calvinisten en de ’rekkelijke’ remonstranten betwistten elkaars gelijk met een fanatisme dat zijn weerga niet kende (zie kader). Het protestantse gekrakeel bracht de Nederlanden destijds zowat in staat van burgeroorlog. Inzet van de discussie was de vrije wil, die de mens volgens de remonstranten wel had maar volgens hun tegenstanders helemaal niet. Na ellenlange twistpartijen werd de visie van de remonstranten als ’dwaalleer’, ’onbijbels’ en ’ketterij’ veroordeeld. Ze werden de kerk uitgezet. Aan die strikte lijn wat wel en wat niet ’waar’ is houden orthodoxe protestanten ook vandaag nog onverkort vast.

Tom Mikkers, algemeen secretaris van de Remonstrantse Broederschap, legt uit dat die veroordeling voor menig remonstrant, ook al is het een paar honderd jaar geleden, nog altijd als een stomp in de maag voelt. „Geen enkele andere groep is er destijds uitgegooid. We voelen ons enorm verbonden met de remonstranten van toen. Nergens is er nu één kritische noot te vinden over die bijeenkomst.”

Een paar weken geleden haakte het vrijzinnige kerkgenootschap definitief af. Mikkers had graag gezien dat tijdens de openingssessie een remonstrant iets had mogen zeggen over de historische veroordeling van ’zijn’ kerk. „De symboliek is zo beladen. We wilden juist aanstippen dat we dit keer toch echt anders bij elkaar zijn.”

Het houden van deze toelichting op een ander moment, zoals het bestuur van de Nationale Synode voorstelde, wezen de remonstranten af. „Als de bijeenkomst aan de gang is voelt het gewoon heel anders, minder officieel”, aldus Mikkers.

Dirk Heemskerk, voorzitter van de synode van de zeer behoudende Hersteld Hervormde Kerk (HHK), is het niet vaak met zijn collega Tom Mikkers eens. Maar wat de symboliek van ’1618-1619’ betreft schudden ze elkaar de hand. „Het begrip synode is inderdaad beladen”, stelt Heemskerk vast.

Die constatering is dan ook meteen het enige waarover de twee kerkelijke voormannen het met elkaar eens zien. Waar Mikkers zich best kan vinden in ’het geloofsgesprek’ vandaag en morgen had de behoudende Heemskerk graag gezien dat de uitgangspunten van de vorige Nationale Synode onverkort gehandhaafd bleven. Om tafel gaan zitten met vrijzinnigen, blijkt uit het verhaal van Heemskerk, dat gaat de hersteld hervormden een stap te ver. De confrontatie met protestanten die in hun ogen ’te licht’ zijn, was voor hen dan ook de hoofdreden om in een vroeg stadium af te haken.

Zijn rechtvaardiging zoekt Heemskerk ook in het verleden: „Het ging toen in 1618 en 1619 om vaststelling van de Waarheid van Schrift en Belijdenis. Nu zoekt men min of meer los van de kernwaarheden van de Schrift een ontmoeting in de bredere verbanden.”

Is de eenheid onder christenen, zoals de organisator van de Nationale Synode voor ogen heeft, niet belangrijk? Heemskerk: „Deze eenheid is zonder meer belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van de Waarheid. Een synodevergadering gebaseerd op de uitgangspunten als de Dordtse synode van 1618-1619 hadden wij zeker bijgewoond.”

Gerrit de Fijter noemt het besluit van de kerken die afhaken jammer. Volgens hem leggen zijn critici eenzijdig de nadruk op het verleden en op de gewraakte term ’synode’. „Het is geen officiële synode want er worden geen besluiten genomen.”

Hij benadrukt nogmaals dat het de komende dagen om een ’open gesprek’ gaat tussen de diverse protestanten in Nederland. Laat er geen misverstand over bestaan, zegt hij met klem, „de nieuwe synode is beslist niet bedoeld als een soort superkerkenraad. Dan wordt het zoiets als ’voorwaarts christenstrijders’.”


’Deze synode gaat niet over de geschiedenis’

De remonstranten werd bijna 400 jaar geleden de deur gewezen. Maar volgens Gerrit de Fijter, organisator van de Nationale Synode, is het vandaag niet het juiste moment om excuses te maken aan de remonstranten. „Over die geschiedenis is veel te zeggen. Maar daar gaat het nu, opnieuw in Dordrecht, niet over”, zegt De Fijter. „De Nationale Synode van 2010 gaat niet over de geschiedenis. Als er – hopelijk – bij het 400-jarig jubileum wel een officiële synode komt dan ligt dáár het moment om te evalueren. Nu niet. De Nationale Synode van nu gaat niet over de verschillen, maar over de overeenkomsten.”

De Fijter berispt de remonstranten, die zich beroepen op vrijheid en solidariteit. „Op de gevel van een Dordtse kerk staat ’eenheid in het nodige, vrijheid in het niet-nodige en in alles de liefde’. Opmerkelijk dat de remonstranten het (officieel) niet op kunnen brengen zo’n in steen gebeiteld pleidooi vlees en bloed te laten worden.”

De Dordtse leerregels tegen de remonstranten

Het belangrijkste doel van de Dordtse Synode in 1618 en 1619 was een uitspraak in het geschil tussen de remonstranten en de calvinistische contraremonstranten. De remonstrantse minderheid geloofde in de vrije wil, de calvinistische meerderheid niet.

De remonstranten werden niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen. Uiteindelijk werden ze zelfs van de beraadslagingen uitgesloten. De veroordeling bereikte zijn hoogtepunt in de ’Dordtse leerregels’, vijf leerstellingen tegen de remonstranten die tot op de dag van vandaag onverminderd gelden in orthodox-protestantse kerken.

Belangrijkste uitgangspunt is dat God – en alleen Hij – bepaalt wie er in de hemel komt en wie niet. De mens, zo staat er, moet ’in genade’ afwachten.
De remonstranten werden de kerk uitgegooid en officieel verboden. Pas in 1795, in de Franse tijd, werden de remonstranten erkend.

Thursday, December 09, 2010

Tye saam met God

'n Kleintyd-ervaring bly by mens: die hele gesin, knielende langs die etenstafel, terwyl elkeen 'n kans kry om 'n gebed te doen. Dit was die dae van huisgodsdiens. Al die seisoene, somer, herfs, lente, winter. Elke aand na ete is die Bybel oopgemaak, 'n stukkie gelees, vragies gevra en dan gekniel. Almal voor die voet.

Later het dit minder geword. En toe uitgesterf.

Daar was ook altyd 'n gebed voor die ete. En 'n gebed na die ete. Getrou, twee keer.

Later het dit net 'n gebed voor ete geword.

En alles staan in die teken van minder tyd opsy sit vir geestelike dinge.

En dalk wys dit ook hoe onderskat ons die tye  wat ons by God deurbring - veral saam met mekaar.

Diep, onuitwisbaar diep, is die herinneringe ingeprent van 'n biddende huisgesin in die kollektiewe geheue van hulle wat pa en ma, broers en susters is. Daardie tye dra vrug verby alle berekeninge. Die paar minute na ete, rondom die Bybel, duur 'n ewigheid.

Spiritualiteit vra dat 'n mens vir God tyd gee.

Wednesday, December 08, 2010

Om mekaar te vereer!

Aanbidding, skryf Jan van die Kruis, is ‘n teken van onderwerping. Voor God is ons bewus van ons eie feilbaarheid en is ons nederig. Juis daarom word God aanbid en vereer. Ons praat van ‘n “erediens”, die geleentheid waartydens God vereer en aanbid word. In die erediens onderwerp die gelowige hom of haar aan die wil van God en soek om dit te begryp en uit te leef.

Maar, skryf Jan van die kruis, as God absolute verering van die mens vra, is daar tog sekere “relatiewe” vorme van verering wat ons aan ander instansie as God bewys.

Eintlik ken ons uit die sekulêre lewe sekere dinge waaraan ons ons sonder probleme onderwerp. Die wette van ‘n land, die reëls van ‘n skool, die gesagsfigure by die werk en die huis. Ons eerbiedig ook die landsvlag en die volkslied. Ons aanvaar dat hierdie dinge belangriker as onsself is en dat ons ons onderwerp daaraan as kerninstellinge in ons lewe. Deur  onderwerping bewys ons die nodige eerbied en vereer ons goeie, mooi dinge in ons bestaan.

Op godsdienstige vlak ken ons dit ook: ons lees die Bybel met eerbied en onderwerp onsself aan die krag daarvan. Maar, skryf Jan van die Kruis, ons skuld veral mekaar verering. Immers skryf hy, ons is God se erfdeel, ons dra God se beeld in ons. Daarom is ons aan mekaar onderworpe en soek ons om die liefde te vervul ook in ons houding teenoor mekaar.


Dit is nogal ‘n deug, hierdie verering van mekaar. Dit is nie iets wat natuurlik, spontaan by ons opkom nie. Trouens, dit kom alleen tot hulle wat dieper leef en dink. 


Inteendeel: Ons doen goed om goed na te dink oor wat elke dag eintlik met ons gebeur - daardie inherente drang in ons om ander te onteer. 

‘n Mens sou seker kon praat van “respek” en eerbied wat in die geestelike reis gesoek moet word.  En tog – dit is asof Jan van die Kruis verder wil gaan as net ‘n goeie houding teenoor ander. Dis eintlik meer as eerbied, voel ek, wat hier ter sprake is. Verering teenoor ander het wesentlik te doen met die feit dat ons God in hulle soek en raaksien en liefkry. Dit is nie bloot net ‘n goeie deug wat ons najaag omdat ons netjiese mense wil wees nie. Dit is ‘n verlange, ‘n gedrewendheid om saam met ander in God se geselskap te wees.

Spiritualiteit word dus inhoudelik gevul deur die geestelike houding van verering – nie net teenoor God nie, maar ook teenoor ander. Om spiritualiteit te verstaan, moet 'n mens nadink oor verering, moet 'n mens die Ander se wil soek, begeer en najaag.

Tuesday, December 07, 2010

‘n Mens kan ook in stilte sonder God wees....


In Wilhelm Jordaan se rubriek vanoggend, soos gewoonlik prikkelend en diep, skryf hy oor ons gejaagde lewensstyl. Selfs ons vakansies is ‘n gejagery, skryf hy. Ons klim moeg in ons motors, sit teen ‘n stink spoed af na ons vakansieplek toe, jaag al wat ‘n vakansie-plesier is, en – kom dan so moeg terug as wat ons voor ons vakansie was.

Hoe nou gemaak?

Wat tel, skryf hy, is nie dat ons vakansie hou nie. Wat tel is dat ons stil moet kan wees, verfris word, weer tot ons sinne kom, innerlike rustigheid herwin, vrede ontdek. Dit is die styl waarmee ons vakansie hou wat saak maak.

Hy lê groot klem op die soeke na stilte om al die geraas om en in ons te vervang.

Ek geniet sy skrywe en besef hy het gelyk: ons is so bang vir stilte dat ons so vinnig as moontlik daarvan wegjaag – en daarmee juis dit wat ons lewens kan nuut maak, verloor.

En tog: Wat hy skryf het my laat dink aan wat ek onlangs gelees het oor die mistiek en stilte. Daar is wel mense wat nie ongemaklik is met stilte nie. Hulle soek juis die stilte op en gaan dikwels op afsonderingsgeleenthede om stil te raak.

Waarom is daar dan soveel tamheid – selfs in die lewens van sulke spirituele soekers na stilte?

Dis nie regtig die stilte wat tel nie. Trouens, skryf sommige mistici, stilte kan tussen God en die mens te staan kom. Stilte kan ‘n vyand van egte verdieping in mense se geestelike groei wees.

Want stilte is maar net die begin, die ruimte vir die groter, diepere gebeure wat ons verkwik. Want die stilte is waar ons God ontmoet. Die mistikus ruim die geraas om en in sy of haar bestaan op, systap dit, soek die plek van stilte, kalmte en alleen-wees op, om gereed te wees vir God se koms tot hom of haar.

Hierdie perspektief het my gehelp om iets te begin skryf oor wat lank onverwoord in my binneste broei.  

Toe ek dit gelees het, is ek terug na 1 Konings 19, die klassieke locus vir ons aanprysing van stilte. 

Toe ek die gedeelte lees vanuit die hoek van Bybelse spiritualiteit wat vra na God se teenwoordigheid, besef ek hoe vlak ‘n mens dikwels hierdie aangrypende teks lees. Daar is geen twyfel oor die gang van die gedeelte nie: Die sleutelvers 12 praat van die sterk wind, die aardbewing en van die vuur. En eers dan kom die windstilte. En die die windstilte is duidelik die hoogtepunt van die reeks van vier elemente. Daarom stuur die gedeelte inderdaad op stilte af.

Daar is iets meer op die spel: In die sterk wind, in die aardbewing en in die vuur, skryf die profeet, was die Here nie. Dit is eers toe die stilte kom dat Elia die stem van God kon hoor. Nie die stilte nie, maar dat God praat is wat saak maak. Elia weet van die stilte, maar die stilte "fluister-praat" met hom. Dit is, lees die vers dan uitdruklik, God se stem wat hy hoor. 

Daar is 'n dubbele transformasie: eers word die geraas uit die weg geruim en dan kom God na hom. Dit begin die eintlike transformasie: Elia word fisiek oorweldig sodat hy sy gesig met ‘n mantel toemaak.Hy ervaar hy is in die heilige teenwoordigheid van God. 

‘n Mens kan lank vakansie hou, lekker rustig jou braaie braai, jou vissies gaan vang, in die loom somer-waters by die strand gaan baai, al die geraas en gejaag ontvlug – en tog nog onvergenoegd en moedeloos die pad daarna huis toe vat.

Wat tel, is nie die stilte nie, maar om in die stilte God se teenwoordigheid te ervaar. In ontsag herken ‘n mens die teenwoordigheid van God – juis daar waar ‘n mens dit normaalweg nie ervaar nie. En in ontsag word ‘n mens se lewe aangeraak en val ‘n mens in by die profetiese roeping van God (1 Kon. 19:15).

Wanneer alles om en in ‘n mens stil geword het, kom die ontsaglike oomblik dat ‘n mens besef dat die lewe ‘n diepe, verborge sin het wat alleenlik kom tot hulle wat in eerbied voor die Lewende staan.


Monday, December 06, 2010

Taize en sy invloed in Europa



Hierdie berig het vandag in Trouw verskyn. Dit handel oor een van die merkwaardige spiritualiteitsvorme in ons tyd.

Ek lees dit met meer as gewone belangstelling. Taize is ‘n boeiende verskynsel omdat dit wys hoe jongmense godsdiens aantreklik vind. Deels, dink ek, is dit in die sang. Maar hoe eenvoudig is die liedere nie. Niks dromme, beats en geraas nie. En tog, in sy eenvoud raak dit jongmense aan. Maar dit is ook in die afsondering, die liturgie en, soos in die artikel ook gesê word, in die gemeenskapsgevoel wat jongmense daar ervaar.

Alles wat by Taize gedoen word staan in die teken van outentieke intimiteit. Nie gemaak nie, niks pretensieus nie, geen groot bands nie. 

Om stil by God te wees…. Dit tel.

Hier is die berig:

Een van de grootste religieuze evenementen van Europa doet deze maand Rotterdam aan. In en rond Ahoy worden 25.000 jongeren verwacht die deelnemen aan de Taizé-jongerenontmoeting. De voorbereidingen zijn in volle gang. „Ik heb nog 750 gastgezinnen nodig.”

Pardoes kapt Taizébroeder Sebastiaan (50) het gesprek af. Hij werpt een blik op de klok, springt van zijn stoel en schiet snel een witte pij aan over zijn kleren. Hij is nog net op tijd voor het ochtendgebed in de kapel. Nu ja, kapel, dat is misschien een wat al te groot woord voor de geïmproviseerde ruimte in het voormalige Rotterdamse kantoorpand, afgeschermd met houten schotten en een oranje doek.

Sebastiaan (Taizébroeders gebruiken geen achternaam) sluit aan bij zijn zes medebroeders die al een plek hebben ingenomen onder het lage systeemplafond. In een rijtje achter elkaar, twee aan twee, knielen ze voor een kruis, een icoon en een aantal flakkerende kaarsjes.

Na een korte stilte beginnen de mannen in de witte pijen vierstemmige liederen te zingen. Ook spreken ze bijbelteksten uit in het Frans, Duits en Nederlands. Daarna verzinken ze geruime tijd in gebed. Het is zeker tien minuten lang doodstil. Sommige aanwezigen buigen helemaal voorover, hun hoofd raakt bijna de groezelige vloerbedekking.

De delegatie uit het Franse dorpje Taizé (de oecumenische mannengemeenschap heeft zich genoemd naar hun vestigingsplaats) zit niet zomaar op de sobere kantooretage, pal tegenover de Rotterdamse metrohalte Zuidplein. Ze bereiden een grootschalige jongerenontmoeting voor in de Maasstad, van 28 december tot 1 januari. De broeders van de internationaal georiënteerde gemeenschap verwachten die vijf dagen meer dan 25.000 gelovige jongeren uit heel Europa te ontvangen.

Als het gebedsritueel in het kantoorpand achter de rug is, hangt Sebastiaan zijn pij weer aan de haak. „Hoe druk we ook zijn, zo gaat het drie keer per dag”, zegt hij. De gebedsmomenten, legt Sebastiaan uit, zijn de kern van Taizé. Dat betekent in de praktijk dat, ook al zitten de mannen tot over hun oren in het werk, het bidden gewoon doorgaat. Dat geeft regelmaat, rust en contact met God, legt Sebastiaan uit. „Waarom zou je het belangrijkste laten schieten?”

Dan gaat zijn telefoon. „Urgent”, zegt hij, snelt weg en laat zich het eerste half uur niet meer zien.

Zijn zes collega’s hebben ook al weer plaatsgenomen achter laptops of lopen rond met mobieltjes aan hun oor. De werkplekken zijn van elkaar gescheiden met schermen en archiefkasten. Aan de wanden hangen verscheidene plattegronden van Rotterdam en Zuid-Holland. Bij de belangrijkste locaties hebben de broeders stipjes gezet.

Hoewel uit elk Europees land jongeren komen, springt vooral Polen eruit wat betreft aanmeldingen. Broeder Sebastiaan weet hoe dat komt. „In dat land is de zin voor pelgrimage heel groot. Met de rugzak op stap, dat is daar normaal”.

Nu zijn er nog maar een handvol broeders in Rotterdam, maar tegen die tijd zal bijna de hele Taizé-populatie – negentig man – in de havenstad te vinden zijn. Tijdens de jongerenontmoeting, bedoeld voor mensen tot een jaar of dertig, staan gebed, zang en spiritualiteit centraal. Middelpunt van de regio is dan evenementenhal Ahoy, op een steenworp afstand van het tijdelijke kantoor. Het gebed, met liederen en stilte, volgt hetzelfde patroon als het ritueel in het Rotterdamse kantoor. Daarnaast zijn er workshops, bijvoorbeeld over geloof in de samenleving.

Al meer dan dertig jaar organiseren de broeders een meerdaagse jongerenontmoeting in een grote stad ergens in Europa. Tienduizenden jongeren nemen er doorgaans aan deel, zoals vorig jaar in de Poolse stad Poznán. Dit jaar strijkt de orde dus neer in Nederland, op uitnodiging van de Nederlandse bisschoppenconferentie, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de Raad van Kerken.

„Taizé heeft een enorme impact op jongeren”, motiveert Pieter Kohnen, woordvoerder van de bisschoppenconferentie, de uitnodiging. Hij doelt met de ’enorme impact’ op de 100.000 jongeren die ieder jaar naar de broeders in Frankrijk gaan. „Taizé biedt jongeren geloofsverdieping en antwoord op geloofsvragen.” Dat is niet het enige, zegt Kohnen. „Belangrijker is wellicht nog de onderlinge ondersteuning die de jongeren elkaar daar geven.”

Bij elkaar opgeteld was dit volgens Kohnen een belangrijke reden om de broeders naar Nederland te halen. Hij verwacht dat de verzameling Europese gelovige jeugdigen een ’on-Nederlandse geloofsgetuigenis’ teweegbrengt in Rotterdam.

Vijf dagen lang zijn de jongeren te gast in 150 kerken en gezinnen uit de hele regio rond Rotterdam. Bijvoorbeeld in Spijkenisse, net onder de rook van Rotterdam, waar vijftienhonderd jongeren worden gehuisvest. Daar zei PKN-kerk ’de Dorsvloer’ volmondig ’ja’ toen de vraag kwam om mee te doen. „Het is heel mooi om te zien dat jongeren uit allemaal landen elkaar ontmoeten”, zegt Anneke Klaver (42). Ze omschrijft zichzelf als ’actief kerklid’ en is betrokken bij de jongerenontmoeting in Spijkenisse.

Klaver heeft grote verwachtingen van Taizé. „Zoveel jongeren die bezig zijn met het geloof. Dat blijft niet onopgemerkt. Dit heeft een positieve uitstraling. Het geeft vast een andere sfeer dan duizenden voetbalsupporters.”

Sara Marti (23) uit Spanje is zo’n jongere die de sfeer van Taizé ’zeer aansprekend’ vindt. Ze helpt de broeders mee als vrijwilliger, samen met een handvol anderen. Net als de andere vrijwilligers neemt ook zij iedere dag deel aan het gebedsmoment in het Rotterdamse ’kantoor’ van Taizé.

„Wat jongeren hier aanspreekt, is het gevoel dat je een gemeenschap bent”, vertelt Sarah in een bestelbusje waarmee ze eten haalt voor de broeders en de vrijwilligers. „In Barcelona, waar ik woon, komen alleen nog wat ouderen in de kerk.

Het is ook nog eens een universiteitsstad waar veel atheïsten wonen. Ik heb daar niet het gevoel bij een gemeenschap te horen. Bij Taizé heb je dat door de aanwezigheid van veel jongeren wel.”

Terwijl Sara koersvast door het verkeer van de havenstad rijdt, vertelt ze dat het haar opvalt dat er in Nederland zoveel verschillende kerken zijn. „In Spanje heb je alleen de katholieke kerk. In Nederland heb je volgens mij alleen al tien verschillende soorten protestanten.”

Daar kwam ze afgelopen weken achter, toen ze contact legde met kerken in de omgeving Rotterdam. „Heel inspirerend”, zegt ze over de verschillen. Nee, ze weet niet dat die kerken elkaar nog niet eens ze lang geleden soms bijna naar het leven stonden. De Spaanse merkt er niet niets meer van. „Taizé is bij katholieken en protestanten welkom.”

Terug in het hoofdkwartier blijkt dat aan het succes van Taizé ook een keerzijde zit. Er doemt een probleem op, zegt broeder Sebastiaan. De broeders rekenden op minder aanmeldingen door de economische crisis. Nu dreigt er een tekort aan logeeradressen voor de 25.000 jongeren. Taizé mikt op de goodwill van mensen uit de regio Rotterdam. Maar gastgezinnen zijn lastiger te vinden dan verwacht.

„Gastgezinnen zitten niet zo te wachten op vreemden over de vloer rond Oud en Nieuw”, denkt Sebastiaan. Hoewel hij al heel wat gastgezinnen op een lijst heeft gezet, verwacht hij er dat er uiteindelijk vijfduizend families te weinig zullen zijn. „We kunnen de jongeren misschien nog in sporthallen onderbrengen, maar ja, in hoeverre ze dan kennismaken met gelovigen uit het gastland is maar de vraag.”

Ook in Spijkenisse tobt Anneke Klaver met de huisvesting van ’haar’ jongeren. „We krijgen vijftienhonderd jongeren. Ik heb dus nog 750 gastgezinnen nodig als iedereen er twee in huis neemt. Dat lukt me nooit.”

Klaver heeft in haar woonplaats een sporthal geregeld, zodat iedereen in ieder geval een dak boven het hoofd heeft. Of de gasten zo voldoende kennismaken met Nederland? Klaver denkt van wel. „We houden hier, voordat de jongeren naar Ahoy vertrekken, iedere ochtend workshops. Bijvoorbeeld liturgisch bloemschikken op Oudejaarsdag. Zo maken de gasten kennis met de manier waarop we de kerkdienst in Nederland vormgeven.”

Taizé: christelijk, internationaal, oecumenisch

Taizé is een internationale christelijke oecumenische kloostergemeenschap die zijn wortels heeft in het gelijknamige Franse dorp in de Bourgogne. De gemeenschap telt een honderdtal broeders, van katholieke en protestantse afkomst, uit bijna dertig landen. Hun voornaamste doel is de verzoening tussen christenen.

Taizé oefent sinds de jaren zestig vooral een grote aantrekkingskracht uit op jongeren. In de zomermaanden brengen duizenden er enkele dagen door. De karakteristieke liederen die de broeders tijdens de meditatiebijeenkomsten zingen, hebben ingang gevonden in het zangrepertoire van talrijke kerken.

De geschiedenis van Taizé gaat terug tot 1940. Toen kocht de protestant Roger Schutz in het dorp een huis om mensen op te vangen die het oorlogsgeweld ontvluchtten, voornamelijk Joden. Tegen het eind van de oorlog voegden zich verschillende mannen bij Roger die zijn levensstijl wilden delen. Oorspronkelijk waren alleen broeders van protestantsen huize lid van de broedergemeenschap van Taizé. In de jaren zestig werd de eerste rooms-katholieke broeder in de gemeenschap opgenomen.

Broeder Roger was tot op hoge leeftijd de spirituele leidsman van Taizé. In 2005 werd hij tijdens een dienst door een verwarde Roemeense vrouw neergestoken. Hij overleed kort daarop aan zijn verwondingen op 80-jarige leeftijd.

Sunday, December 05, 2010

Die mistieke eenwording met God in ons wêreld


Die soeke na eenwording met God gaan nie om ons wêreld nie. ‘n Mens kom nie tot God, dus, op ‘n paadjie wat ons bestaan en ons wêreld systap nie.

Ons het deur die geskiedenis al hoe meer ons eie denke, rasionaliteit en verstaan verhef tot ‘n vlak waar dit die filter vir alle sin geword het. Ons moet maar net vir God verstaan, ‘n werklikheid leer ken “agter” ons wêreld, wat dan ons bestaan en die werklikheid waarin ons lewe kan “verklaar”.

Dit val my op van Thomas a Kempis se Navolging van Christus. Dit is inderdaad “nugtere mistiek” – soos die titel van ‘n onlangse boek oor hom lui. Thomas  deel bytende kritiek uit oor al die kennis van die filosowe wat so diepsinnig na die waarheid soek en wat so formidabel en gesaghebbend op verering aanspraak maak.

Ons ontdek die liefde van God, skryf Thomas, wanneer ons Christus in hierdie wêreld navolg. Om deur God in liefde omhels te word, vra van ons om die regte lewenskuns in ons omgewing, op aarde te vervolmaak. Wanneer ons Christus navolg, gee ons alle uiterlike dinge op – ook al ons kennis-aansprake (al sou ek die tale van mense...). Wanneer ons dit opgee en wanneer ons onsself prysgee, ontdek ons in die Ander wonderskone dinge. Ons loop liefde raak, in ongekende maat. Ons sal selfs in diepste lyding groot vreugde vind. Wanneer ons Christus in die kruisweg volg, leer ons versoening ken. Maar altyd weer ten koste van onsself. Ons sal alleen lewe vind as ons ons lewe verloor.

Ons is dus onlosmaaklik verbind met die wêreld – en dit is verstaanbaar, want die wêreld is God se skepping en wil die ruimte wees waar God met ons wandel. Ons is onlosmaaklik verbind aan ander, want wanneer ons onsself verloor in die verhouding met die ander, word die ander ons deel. Ons vind veel meer, die Ander, wanneer ons onsself prysgee.

Dus – ons hoef nie meer in beheer te wees om te lewe nie. Die dae dat ons ander kan domineer en manipuleer is verby die oomblik wanneer ons met God in ‘n verhouding tree en gered word tot self-verloëning.

Daar is diepe, diepe vreugde in die evangelie van self-prysgawe. Dit het Christus ons geleer. Die kruis is nie verniet die simbool van die hart van die Christendom nie. Ons loop dus met blydskap die kruisweg.

Saturday, December 04, 2010

Die Navolging van Christus en die leergesprek.


Thomas a Kempis se Navolging van Christus kan ‘n mens eintlik net na waarde skat as jy die verband daarvan met die ou, tradisionele gebruik van die “leergesprek” verstaan. Hierdie leergesprek, ook bekend as collatio, is ‘n gesprek oor geestelike sake wat gevoer word tussen mense wat ‘n sterk onderlinge geestelike band met mekaar het. In so ‘n gesprek is daar twee aanbiedingwyses: Die deelnemers luister na iemand met meer ervaring of hulle praat in ‘n dialoog saam oor ‘n spesifieke onderwerp. Vrae word gevra en antwoorde word in die gesprek uitgepluis. Thomas a Kempis praat spesifiek oor hierdie byeenkomste en hoe inspirerend dit vir hom en sy geloofsgenote was. In party groepe is so ‘n collatio selfs drie keer per week gehou en deelnemers was gretig om dit mee te maak.

Steeds weer, skryf Waaijman, gaan die leergesprek om die verkryging van dieper insig. Deurdat die deelnemers aan die leergesprek intens en met toewyding met mekaar praat oor iets, kom daar groter helderheid. Hulle word, soos Waaijman dit stel, van binne uit betrokke en gemotiveer in hul geestelike groei.

In so ‘n leergesprek word daar nie oor allerhande spitsvondige teologiese onderwerpe  gepraat nie. Daar is ook nie enige pogings om mekaar te beïndruk nie. Groot, slim, hoogdrawende woorde en voordragte word vermy.

Maar ‘n mens moet veral die diepste dimensie van die leergesprek raak te sien – ook om te verstaan waarom die Navolging van Christus oor eeue heen soveel weerklank in mense se lewens gevind het. Die leergesprek of collatio word gedryf deur liefde tot God. Uiteindelik moet die gesprek ‘n voedingbron wees vir die gemeenskap met God.  Dit gaan nie maar bloot net om interessante, leersame gsprekke tussen goeie mense nie. Die leergesprek moet die verhouding tot God verinnig, voed en uitbou. Wat tel is die verhouding met God en met God wat die middelpunt van die byeenkoms vorm.

Dit is in hierdie konteks dat die Navolging van Christus ontstaan het. Die Navolging van Christus is dus gebore in ‘n konteks waar mense bymekaar was om verskillende aspekte van hul geloof saam onder die loep te neem, om diep na te dink en te gesels oor verskeie aspekte daarvan en om, uiteindelik, in hul verhouding met God verdiep te word. Dít is wat saak maak: om by God te wees in alles wat en waaroor ‘n mens praat.

‘n Mens moet dus die Navolging van Christus ook verstaan as ‘n dokument wat deel is van ‘n groter gemeenskap van gelowiges wat ernstig en toegewyd gefokus het op hul geloof. Maar uiteindelik veral om daardeur meer verenig te word met God. Dit is nie maar net die enkel gedagtes van ‘n begaafde individu nie. Daar sit baie, baie gesprekke en nadenke en geloofservaringe verskuild in hierdie merkwaardige boek.

Friday, December 03, 2010

Gewoontes en mislukking. Oor spiritualiteit as ‘n proses.

 
Ek lees ‘n opstel oor gewoontevorming waarvan ‘n gedeelte my bybly, veral omdat dit vir my iets belig van spiritualiteit as ‘n proses, maar ook oor die inhoud van spiritualiteit.

Iemand se gewoontes gee ‘n mens ‘n insig in daardie persoon se karakter, lees ek. ‘n Mens se karakter word bepaal deur die dinge wat ‘n mens by herhaling doen.  ‘n Goeie gewoonte val nie uit die lug nie. Die proses van geestelike groei sluit in die aankweek van goeie gewoontes wat oor ‘n lang tyd in ‘n mens se lewe wortelskiet. Dit is byvoorbeeld die idee van ‘n klooster: in só ‘n plek word ‘n mens deel van ‘n roetine wat bestaan uit stiltetyd, gemeenskaplike aanbidding, gebed, dade van ontferming. Deur in hierdie roetine in te skakel, word ‘n mens in jou gewoontes gevorm en bepaal.


Dieselfde geld in ‘n meer algemene sin vir gelowige mense: dit is die tye wat ‘n mens by God is in stiltetyd en gebed dat ‘n mens die ruimte skep vir ‘n lewe van toewyding aan God.

Hoe meer ‘n mens jou besig hou met die verborge dinge, hoe meer wil ‘n mens naby wees aan hierdie dinge wat saak maak: dit is nie net blote gedagtes wat ‘n mens bedink wat tot gewoontes aanleiding gee nie. Dit gaan ook om wat dit is wat ‘n mens se gedagtes bepaal, die plekke en mense waar en by wie ‘n mens is wat jou gedagtes stuur en begelei.

Wat my by die punt uitbring: dikwels dink ons na oor ons lewens en neem ons voor om beter gewoontes aan te leer. Dikwels misluk iemand in die stryd om ‘n dieper geestelike lewe. Hoewel iemand met die slegte wil breek, kom so ‘n persoon met teleurstelling agter dat dit nie altyd gebeur nie, dat ‘n mens soms dieper in die kwaad verval.

Maar deur te volhard in die stryd teen die kwaad, deur te bly dink aan wat saak maak, word die mislukking stadigaan omgekeer. Een of ander tyd, na  herhaalde pogings om die goeie te doen, word die klein oorwinning behaal  - en volg die volgende en groter oorwinnings.

Dit is in hierdie ruimtes dat ‘n mens besef die geestelike lewe is ‘n langdurige proses. Terugslae en verval in sonde breek nie die proses af nie. Trouens, dikwels word die proses intenser wanneer ‘n mens foute maak.

Dink maar aan Psalm 51 waarin Dawid die sondigheid van sy gebroke hart voor God bely. Die groot koning het misluk. In sy oomblik van mislukking praat hy met God oor sy gebroke en verslae hart. Hy is diep bewus van sy val.

Maar terselfdertyd vertel hy: God sal só ‘n hart nie verag nie. God verstoot nie die een wat in berou kniel voor die Regter nie. In die oomblik van diepe duisternis word nuwe lewe gebore: want die gebroke mens is waar ‘n mens moet wees – volkome afhanklik van God. Dawid se gedagtes oor God bring hom, ten spyte van sy vernederende val,  tot ‘n nuwe lewe van toewyding.

Daar is net een Psalm 51! Dawid kon daardie deel van sy lewe wel oorkom. In sy lewe van gebed, in sy herhaalde sing van Psalms voor God, het Dawid ‘n ruimte geskep waarin hy die kwaad, sy waansinnige moorddaad, kon oorkom. Dit was juis sy nabyheid by God wat hom, in die tyd van sy afval, weer orent gebring het.

Wednesday, December 01, 2010

Oorweldig deur God se onselfsugtigheid

Markus se Evangelie praat oor Jesus in hoë taal: Hy is “die Seun van God” wie se evangelie Markus opteken (Mk.1:1). In Markus 15:39 herken die hoofman oor honderd Jesus wanneer hy sterwe as die “Seun van God.”

Maar dit is op die berg van verheerliking dat Markus praat oor ‘n besondere oomblik in Jesus se lewe. Jesus se gedaante verander voor hulle: sy klere het blink geword, baie wit soos sneeu, wit soos geen bleiker op aarde dit kan maak nie (Mk.9:3). En dit is op die berg dat ‘n stem uit die wolk kom en sê:
“Dit is my geliefde “Seun.” Luister na Hom” (Mk.9:7).

Op die berg deel Jesus voor sy dissipels vir ‘n oomblik uitdruklik in God se heerlikheid. Hy word getransformeer. En dan hervat hy weer, na die mistieke oomblik, na hierdie vereniging met God, sy lewe.

Altyd weer het mense Jesus ontmoet, ervaar en dan teruggedeins voor sy uniekheid en andersheid. Hulle was in ontsag voor Hom, gedurig aan die vra wie Hy is. Hy was die Seun van God wat mense konstant n verwondering gehad het.

Mense was egter ook aangetrokke tot Hom en het graag sy dissipels geword. Maar Jesus was ook tot hulle aangetrokke: hy wou nie net by hulle wees nie, maar het Hom volledig aan hulle gegge. En dan kom daar die belangrike oomblik in die teks as Jesus sy liggaam aan hulle gee. Hulle kry deel aan hierdie goddelike figuur, die seun van God, die verheerlikte (Mk.15:12-26).

Hoe vrygewig. Hoe mededeelsaam. Hoe omvattend hieride drang om jouself aan ander te gee. Net iemand met ‘n goddelike liefde kan dit doen. En, natuurlik ook, net mense wat in die goddelike liefde geanker is, kan Jesus dit nadoen.

Intiemer kan dit nie. ‘n Mens huiwer voor hierdie beeld van God wat onselfsugtig, nederig, na mense kom en Hom volledig met mense verbind.

Blog Archive